De Verklaring van 30 november en het Onderwijs

In zes krijtlijnen beschrijft de Verklaring van 30 november 2019 een samenleving die volgens haar aangroeiende groep ondertekenaars wel leefbaar en duurzaam kan zijn.

Omdat Onderwijs een wezenlijk onderdeel is van een samenleving die zich op die manier heruitvindt, heeft zich binnen de Verklaring een werkgroep gebogen over wat de essentie of de ethiek van Onderwijs zou moeten zijn binnen/voor zo’n nieuwe samenleving.

Deze Onderwijsverklaring wil geen pedagogische of didactische richtlijnen uittekenen, ze doet wel uitspraken over de ethiek van onderwijs: wat wij vanuit een filosofische visie, en vanuit de maatschappijschets van de Novemberverklaring, een gezonde benadering van onderwijs vinden. Elke discussie over de te hanteren pedagogie of didactiek gaat aan de essentie van deze Onderwijsverklaring voorbij. Je mag dat ‘wollig’ vinden, maar het is in de eerste plaats een diep menselijke overtuiging. Een humaniora.

Onderwijsverklaring

Om de maatschappij zoals omschreven in de Verklaring van 30 november 2019 waar te maken, is het noodzakelijk om in eerste instantie Onderwijs te herdefiniëren.

Onderwijs dat bevrijd is van de druk om maatschappelijk te presteren en de menswording opnieuw centraal stelt, draagt de volgende kenmerken:

1. Het is dienstbaar aan de behoefte van de mens om te leren en zich te ontwikkelen.
2. Leren is een levenslang en onvervreemdbaar recht.
3. Leren is mede-mens worden en je zinvolle plek vinden in het grotere geheel.
4. Onderwijs is een vrijplaats waar de samenleving onderzocht en verbeeld wordt in plaats van gereproduceerd.
5. Zorg dragen voor al wat leeft en het leven mogelijk maakt is de richtinggevende waarde.
6. Om van Onderwijs een domein te maken dat buiten de vrije markt staat , waar geen winst wordt nagestreefd, moeten onderwijsstructuren die daarvan afgeleid zijn verdwijnen. Prestatiegerichtheid, hiërarchie, maakbaarheid, concurrentie, overheersing en verovering zijn geen onderwijswaarden.

Leesook: Lustrumspeech van Ingeborg Verplancke bij de viering van vijf jaar de Verklaring van 30 november: “Als we iets ten gronde willen veranderen, zal dit via het onderwijs vorm moeten krijgen